overpeinzing 06
Romantiek, twisten, gespuis en een hangplek. ‘Hij die een ander volgt, houdt op de waarheid te volgen' en nog een grondsteenspreuk.
De Peel was in de middeleeuwen een gevaarlijke streek. Je kon er gemakkelijk verdrinken in een van de vele moeras putten of turf drijfvelden.Maar er woonde ook veel gespuis en men had namen voor hen, die tegenwoordig op die manier niet meer gebruikelijk zijn. De zwervers, oud-militairen, moordenaars en brandstichters, vaak in grote bendes, werden zigeuners, Egyptenaren en Joden genoemd. De naam Jodenpeel herinnert nog aan deze mensen in roerige tijden. Begin 1730 werden grootscheepse drijfjachten georganiseerd om een einde te maken aan de overlast . Op de rand van het tegenwoordige landgoed Groote Slink-Bunthorst was de zogenaamde Justitieplaats van de Vrije Hoge Heerlijkheid Oploo, waar van 1500 tot 1790 veroordeelden werden opgehangen.
De dorpen aan de rand van de Peel hadden vaak gezamenlijke gronden voor bijvoorbeeld het begrazen en/of plaggen van de heidevelden. Regelmatig ontstonden er zogenaamde ‘twisten’ over deze gronden. Westerbeek wordt daardoor in de volksmond nog vaak ‘d’n twist’ genoemd. Grenspalen van hout of natuursteen gaven bijvoorbeeld tussen Gemert en Bakel de grens aan. Omstreeks 1900 werden grote stukken land gekocht door vermogende industriëlen voor turfwinning en ontginning van de peel tot landbouwgrond. De Stippelberg en de Groote Slink en Bunthorst zijn daar voorbeelden van.
Terwijl het woeste gebied structureel ontgonnen werd door onder andere de Nederlandse Heidemaatschappij, werd de hang naar de veilige ‘romantische’ natuur steeds groter. Bewust wandelend van de natuur genieten werd de nieuwe mode voor diegene die het zich ook veroorloven kon. Kon je jezelf nog meer veroorloven, dan huurde je voor je landgoed een landschapsarchitect in. Niet de gevaarlijk woeste gronden van de Peel, maar je eigen veilige landgoed werd dan [letterlijk] als een landschap ingericht. In de Engelse landschapsstijl van architect Leonard Springer werd zo bijvoorbeeld de Groote Slink met behulp van natuurlijke glooiingen ingericht. Na de Tweede Wereldoorlog heeft een dochter 25 ha en het landhuis aan Stichting Bronlaak geschonken. Deze stichting begeleidt verstandelijke gehandicapten op antroposofische grondslag.
Tussen de eerste en tweede wereldoorlog was antroposofisch denken heel populair, de Nederlandse tak hiervan had op zeker moment 40.000 volgers over de gehele wereld. De leider, Krishnamurti, ontbond in 1929 de beweging tijdens een zg. “Sterkamp”. Hij hield de volgelingen voor dat hij, die een ander volgt, ophoudt de waarheid te volgen. De originele Duitse antroposofische beweging ging ook na de Tweede Wereldoorlog verder. Er is dan onder andere eigen architectuur, bio-dynamische landbouw en verpleging/geneeskunde. De Bronlaak is vrij toegankelijk met onder andere een eigen winkel. Onderstaande grondsteenspreuk van Bronlaak van 1948 wordt er nog iedere dag in praktijk gebracht:
“Wij willen zo tezamen werken
Dat in ons werk kan binnen vloeien
Datgene wat vanuit de geestelijke wereld
Op stoffelijk lichamelijk
En op ziele geestes gebied
In ons mens worden wil”