naar hoofdinhoud

overpeinzing 08

Oost-Brabant

Voor grootschalige landbouw ontwateren, kanaliseren en verkavelen. Voor natuurbehoud 'peelbevloeiing'. Meten is weten en waar kun je dat vinden?

Het grootste gedeelte van Brabant is een zogenaamd schraal dekzandgebied, maar dit was vroeger niet zo droog als het nu klinkt. Brabant heeft van Nederland de meeste beekdalen, maar liefst 232 stromen en stroompjes. Tot de jaren 1930 bestond hier een systeem van gemengde boerenbedrijfjes. Na de jaren 1950 werd er volop ontwaterd en verkaveld. Beekjes zoals bijvoorbeeld de Leijgraaf en de Astense Aa werden gekanaliseerd. Landbouwpercelen werden vergroot en zoveel mogelijk bij de boerderij gesitueerd voor zo grootschalig mogelijke landbouw naar Amerikaans model.

Het veen hield vroeger heel veel water vast dat geleidelijk via de beekjes vrij gelaten werd. Nu het veen ontgonnen [verwijderd was], moest er ontwaterd worden door de gekanaliseerde beken. O.a. doordat veel van de gronden goed water doorlatend zijn, kan het water snel omlaag zakken. Benodigd grondwater wordt omhoog gepompt door onder andere boerenbedrijven, industrieën en waterleidingbedrijven. Hierdoor komt steeds minder kwelwater voor, zodat dan die gebieden droger worden en voedingsstoffen missen die anders via het kwelwater aangevoerd zouden worden.

Om toch voor natuurgebieden voldoende grondwater te hebben, worden de beekjes en kanalen tegenwoordig voor ‘peelbevloeiing’ gebruikt. Via de Maas, Zuid Willemsvaart en het Kanaal Wessem Nederweert stroomt het naar de Noordervaart voor de wateraanvoer van de Peel. Het gevolg is een tegennatuurlijk waterbeheer [hoog water in de zomer en laag water in de winter]. Ook de voedingsstoffen veranderen hiermee: via de Maas worden grote hoeveelheden aangevoerd, kalkrijk terwijl de Peel eigenlijk een zuur milieu heeft. Verder moet de lagere grondwaterstand steeds meer afvalstoffen opvangen.

Water is belangrijk voor juist de bijzondere planten. 30 % van alle Nederlandse planten is gebonden aan hoge waterstanden. Ongeveer 80% van de in Nederland voorkomende hogere planten [vaatplanten, planten die via ‘vaten’  een watertransportsysteem hebben], kunnen alleen bestaan in voedselarme milieus. Het resultaat is dat je de ‘verkeerde’ planten ziet groeien: gele lis, riet, brandnetel, zwanenbloem, els in plaats van berken, knolrus, veenmos en vensikkelmos.

Om meer inzicht te hebben op onder andere ecologische processen kan men tegenwoordig gelukkig gebruik maken van digitale informatievoorziening.  Op deze site vind men op digitale kaarten actuele informatie over grondlagen, grondwaterstanden e.d.: https://www.broloket.nl/ondergrondmodellen . Voor [te verwachten] nieuwe klimaatontwikkelingen is o.a. deze kaart straks ook digitaal beschikbaar:  https://www.klimaatadaptatiebrabant.nl/hulpmiddelen/hulpmiddelen-detail/584/Klimaatonderlegger

 

Terug
© 2026 Brevieren door Brabant | website: DD