naar hoofdinhoud

overpeinzing 10

Oost-Brabant

Niemand nam dus kennis van zijn waarschuwing: “Geen land is ooit beter geworden van een langdurige oorlog”. Vele doden in de oorlog waren het gevolg, schattingen voor het aantal slachtoffers van de dodendraad komen soms tot boven de duizend doden. 

Zoals zoveel grensbewoners over heel de wereld waren ook de Brabantse grensbewoners goed bekend over de grens van hun buurland. Landarbeiders, ook uit Brabant, trokken bijvoorbeeld naar Noord- Frankrijk om op het land te werken. Handelsreizigers uit o.a. de Kempen stonden bekend als “Teuten” en trokken met hun handelswaar door heel West-Europa.  Zoals altijd, was hun werk en dus winst afhankelijk van vraag en aanbod, van overschot en tekort aan goederen en/of diensten.

Oorlog en het wel of niet bezetten van een land maken dan een groot verschil, handel wordt dan snel smokkelhandel. Daarom werd al snel tijdens de Eerste Wereldoorlog de zg. ‘Dodendraad’ door de Duitse bezetter van België opgericht. Dit om ongewild verkeer van onder andere spionnen, verzetslui, vluchtelingen, post en smokkelwaar tegen te gaan. Nederland protesteerde hier niet tegen, het was er erg op gebrand om haar neutraliteit te behouden.

Duitsland bezette België om haar oude vete en vernedering door Frankrijk met een nieuwe oorlog  te vergelden. Het al in 1906 gemaakte “Schlieffenplan” om in geval van nood via België snel Frankrijk te bezetten werd in 1914 bij de uitbraak van de ‘Grote Oorlog’ [WOI] gebruikt. De oorlog duurde echter veel langer dan verwacht en eindigde in een loopgravenoorlog. Erich Ludendorff werd in augustus 1916 benoemd tot Generalquartiermeister [generaal kwartiermeester], dus hoofd en leidend figuur van het Duitse leger. Hij legde, net als veel tijdgenoten, een van de meest invloedrijke politiek-militair-strategische boekwerken geheel verkeerd uit.

Het niet volledige “Vom Kriege”, een werk van Carl von Clausewitz, stelt o.a. “oorlog is de voortzetting van de politiek met andere middelen”. Erich Ludendorff draaide dit echter om: Het concept van de totale oorlog betekent automatisch dat het gehele land, ook de politiek, dienstbaar aan die oorlog moet zijn. Het gevolg van zo’n totale oorlog is dat het miljoenen slachtoffers kost. Men had gewaarschuwd kunnen zijn: al voor de Franse Revolutie was de eerste vertaling van Sun Tzu’s “De kunst van het oorlogvoeren” in een vertaling verschenen. Omstreeks 1900 had men echter weinig of geen interesse en waardering voor de oude Chinese kennis en cultuur. Nu is het nog steeds een van de meest gelezen boeken, ook voor diegene die niet in oorlogvoeren geïnteresseerd is, maar wel in maatschappelijke strategieën in de maatschappij.

Niemand nam dus kennis van Sun Tzu’s waarschuwing: “Geen land is ooit beter geworden van een langdurige oorlog”. Vele doden in de oorlog waren het gevolg, schattingen voor het aantal slachtoffers van de dodendraad komen soms tot boven de duizend doden. In 1918 kwam er echter nog een andere ‘sluipmoordenaar’ bij: de Spaanse Griep. Schattingen lopen van 50 tot 100 miljoen mensen die hieraan zonder enige kans stierven. De Duitse generaal Ludendorff stelde zelfs ooit na de oorlog dat de griep Duitsland de overwinning had gekost.

Terug
© 2026 Brevieren door Brabant | website: DD