naar hoofdinhoud

overpeinzing 17

West-Brabant

Loon op Zand vervoerde zijn turf via Drunen, Nieuwkuijk, Vlijmen naar de Dieze [Engelen / Den Bosch]. De Hollandse dorpen vervoerden hun turf via de haven van Capelle naar Dordrecht.

Een deel van de zogenaamde Brabantse stedenrij loopt over de  zandgronden van Tilburg naar Eindhoven/Helmond en Veghel/Uden. Maar de grootste woonconcentratie is te vinden over de oude grens tussen de klei- en zandgronden [soms de Naad van Brabant genoemd], dus van Bergen op Zoom tot voorbij Oss.

Samen goed voor twee miljoen inwoners, veel agro-industrie en technologische bedrijven. De regio zou nu een van de hoogste patentdichtheid van Europa hebben.

Vroeger, vanaf ongeveer 1300,  was dat wel anders. Men leefde toen vooral van moer. Moer is een oude benaming van grond/aarde en zijn delfstoffen, dus bijvoorbeeld leem en in deze streek dus turf. Het dorpje de Moer bij Loon op Zand is genoemd naar de zogenaamde turf nering uit die tijd. En de turf ging naar Breda, Den Bosch of naar Holland.

En daar zit verschil in, de grens tussen Holland en Brabant liep door deze streek, wat we tegenwoordig de Langstraat noemen. Dorpen zoals Capelle, Sprang,         ’s Gravenmoer, Waspik, Raamsdonk, Drimmelen en Hooge en Lage Zwaluwe hoorden bij Holland. Loon op Zand vervoerde zijn turf over vaarten via Drunen, Nieuwkuijk, Vlijmen naar de Dieze [Engelen / Den Bosch]. De Hollandse dorpen vervoerden hun turf via de haven van Capelle naar Dordrecht.

De Groote of Hollandsche Waard bleef bestaan tot de St. Elisabethsvloed van 1421 deze polder in tientallen jaren ging omvormen tot de huidige Biesbosch.

Deze polders liepen toen vanwege de eb en vloed dus regelmatig onder water.

Goed voor de productie van heel goed hooi, dat onder andere via de haven van Labbegat [bij Waalwijk] in heel Europa gretig aftrek vond. Ook dat ging over toen de polders niet meer overliepen en vruchtbare slib achterlieten.

De Langstraat is nu nog bekend om de productie van leer en schoenen. Het kwelwater dat vanwege de scheiding van klei- en zandgronden omhoog komt, is goed zuiver water voor de leerindustrie. Ook de beken leverden geschikt water voor deze industrie. De bossen van bijvoorbeeld de Loonse en Drunense duinen leverden veel eiken hakhout om het leer te logen. In Oosteinde zijn nog oude gebouwen van deze tijd te vinden.

 

 

 

Terug
© 2026 Brevieren door Brabant | website: DD