naar hoofdinhoud

overpeinzing 29

West-Brabant

De tijd liep echter ‘gewoon’ verder, in 1959 schreef hij in zijn laatste publicatie: “Zeul niet ondoordacht mee met de vernieuwingsdrift”.

Aan de muur van de Gorpse boerderij ‘Leenhof’ is een stenen beeltenis van waarschijnlijk Jan van Gorp van der Beke. In 1569 schreef hij, uiteraard in het Latijn, een boek vanuit de vergelijkende taalkunde. Hij meende daarin te bewijzen dat het aards paradijs in de Kempen was. Uiteraard veranderde hij ook zijn naam in het Latijn: Johannes Goropius Becanus. Goropiseren is de naam die overgebleven is voor het te hard proberen om via vergelijkende taalkunde een[pseudo-wetenschappelijk] gelijk te behalen.

Mogelijk is ‘Brabantisme’ een soortgelijke naam. Het ‘Brabantisme’ werd vanaf omstreeks 1930 gebruikt om een groeiend zelfvertrouwen vanuit het katholicisme aan te geven. Officieel is het een woord of uitdrukking die specifiek voor Brabant is. In 1917 werd het openbaar en het bijzonder onderwijs gelijkgesteld. Daardoor kreeg het katholieke onderwijs de kans om de achterop gelopen achterstand in te halen. Ook voor minder rijke katholieken was het nu mogelijk om hun kinderen via katholiek onderwijs te laten studeren. De eerste katholieke universiteit kwam in 1923 in Nijmegen. In 1927 kwam de R.K. Handelshoogeschool voort uit de Katholieke Leergangen, een opleiding voor katholieke onderwijzers. Ook het St Odulphuslyceum, ging hiermee samen.

Een van de grote oprichters van deze onderwijsinstellingen was Dr. P.C. de Brouwer. Zijn bijnaam was ‘d’n doctor’, vanwege zijn graad in de klassieke talen, die hij in 1911 in Utrecht had behaald. Verder was hij geheim kamerheer van Paus Johannes XXIII. Hij zag het grote belang in van een katholieke universiteit: “n instelling die ons onze advocaten en rechters, onze leeraren en geleerden, onze dokters en apothekers, en daar ze Katholiek is, ook de pioniers onzer geestlijken leveren zal. Alles wat in de intellectueele wereld vooraan wil staan, komt van ’n Universiteit”.

De katholieke studenten voelden zich niet altijd thuis in de bestaande studentenverenigingen en organiseerden in de loop van de tijd hun eigen verenigingen. De vraag hierbij was vaak wat dan het doel van die vereniging moest zijn: óf vermaak en gezelligheid zoals het de gewoonte was in de liberale [protestantse] verenigingen, óf de katholieke [Brabantse] eigenheid. Voor het Brabants Studenten Gilde golden uiteraard beide uitgangspunten.

Dr. P.C. de Brouwer was hiervoor een grote inspirator. De in Hilvarenbeek geboren priester en doctorandus zou je de verpersoonlijking van ‘Brabantisme’ kunnen noemen. Hij deed dat in uitgebreide, duidelijke bewoordingen die ook zijn kennis van de klassieken, geschiedenis en dergelijke liet merken. In “De Brabantse Ziel” van 1947 zijn publicaties uit o.a. De Dijk, Weekblad v.d. N.C.B., Edele Brabant en Brabantia Nostra opgenomen. Uit de Roeping [1929], Hoe wij Brabant zien: “Brabants” en “Katholiek” zijn ongeveer synoniem. De voornaamste inhoud van Brabants bewustwording is dan ook zijn zich-volledig-katholiek-weten. En uit dat zich-katholiek-weten dè drang om als katholiek de moderne problemen te omvatten en te bemeesteren. De problemen zijn allereerst de cultuur-problemen. Welke cultuur-problemen te overwinnen zijn aan den enen kant door actief denken en werken, aan den anderen kant door het aanwezig-zijn van een passief object, dat den cultuur-doop ontvangen kan. Arbeiders dus en materiaal.”

De tijd liep echter ‘gewoon’ verder, in 1959 schreef hij in zijn laatste publicatie: “Zeul niet ondoordacht mee met de vernieuwingsdrift”.

Terug
© 2026 Brevieren door Brabant | website: DD