overpeinzing 30
Het Brabantse volk wist wel beter; lankmoedigheid is in vele Brabantse gezegden te horen. Zoals het Tilburgse: “ Hou-de gij ze mar ėrrem, dan hou ik ze wel dom”. En uit de Justitiële Verkenningen no.2 van 2017: “ Uiteindelijk naait de Brabander heel zelfbewust zijn eigen naad”.
Arbeiders dus, en hun cultuur, waren een grote zorg voor zowel de ondernemers [industriëlen] als voor de kerkelijke [katholieke] leiders in Brabant. De kerk wilde graag de controle over de nieuwe bewegingen in de maatschappij behouden. Zowel van het communisme als van eigen [fascistische] priesters als Wouter Lutkie kwam het gevaar van ondermijning van hun gezag.
In Tilburg was veel textiel industrie met slechte arbeidsomstandigheden, kinderarbeid en lange werkdagen. Genoeg redenen voor grote stakingen in 1917 en 1935. In 1918 aanleiding voor de kerk om leden van o.a. socialistische groeperingen de sacramenten te ontzeggen. Samen met ondernemers uit Tilburg probeerde P.C. de Brouwer de katholieken [arbeiders] te binden in het geloof. In 1937 werd ter ere van zijn 40-jarig priesterfeest de Mariakapel “Onze Lieve Vrouw ter Baan” gebouwd. Hilvarenbeek eerde hem postuum in 1972 met een kunstwerk langs de kerk. De Tilburgse melaatsen missionaris Peerke Donders zou het voorbeeld worden. Zogenaamd een idee uit het volk, maar er kwam geen geld binnen. Zelfs het gouden hart in het beeld moest gemaakt worden van gesmolten goud van sieraden van de ondernemersvrouwen. Het Brabantse volk wist wel beter; lankmoedigheid is in vele Brabantse gezegden te horen. Zoals het Tilburgse: “ Hou-de gij ze mar ėrrem, dan hou ik ze wel dom”. En uit de Justitiële Verkenningen no.2 van 2017: “ Uiteindelijk naait de Brabander heel zelfbewust zijn eigen naad”. Wanneer bijvoorbeeld soms in Tilburg de pastoor op bezoek kwam, werden de Mariabeelden tevoorschijn gehaald. De Tilburgse textielindustrie had ook invloed op Oisterwijk: Veel arbeiders trokken op hun vrije dag naar de vennen, waar ook de toeristenindustrie hard begon te groeien. Omstreeks 1850 was Villa de Hondsberg al een bekend lustoord. Toen dus in 1865 de spoorlijn en het station in gebruik werden genomen, groeide het toerisme nog veel harder. In 1909 arriveerden meer dan 5.000 treinreizigers in Oisterwijk. Deze wilden onder andere vissen en/of zwemmen in de wateren rondom Oisterwijk. Voor o.a. de Vereniging van Natuurmonumenten waren beide echter moeilijk in hun beleid in te passen. Enerzijds vanwege de drukte en dergelijke die dit in de, oorspronkelijk alleen toegankelijk voor leden, gekochte natuurgebieden bracht. Maar vissers wilden het ‘natuurlijke’ water aanpassen voor betere visvangst. En het bedoelde ven voor zwemmers had van de vorige eigenaar een vastgelegde bepaling dat er gemengd gezwommen mocht worden. Tot 1969, wanneer er een nieuw chloorbad wordt gebouwd, blijft dit gemengd zwemmen een splijtzwam in de Oisterwijkse gemeenschap. De zedelijkheid van bezoekers bij de vennen, al dan niet tijdens het zwemmen, blijft tot dan ook een heikel onderwerp in de kerk, in de gemeenteraad en in het plaatselijke blad “Het Kerkklokje”. De Vereniging van Natuurmonumenten was omstreeks 1912 op verzoek van de plaatselijke VVV in actie gekomen om de bijzondere natuur in en bij de vennen te behouden. Villa de Hondsberg kwam in de verkoop om er villa’s op te bouwen en zou dus niet meer voor openbaar gebruik zijn. Er moesten meer investeerders komen om dit te kunnen bekostigen, gemeenten, de provincie en inschrijvingen voor een lening in obligaties. Het ging niet gemakkelijk, het grootste deel kwam uit het ‘noorden’. Er werd gesproken over: “Brabantse stinkers”, die er geen geld voor over hadden. De Tilburgse raad deed uiteindelijk ook mee, ook vanuit een soort ‘ereschuld’ vanwege vele ‘onaangenaamheden’ en het vuile water dat vanuit de stad naar Oisterwijk stroomde. Zoetjes aan kon de Vereniging van Natuurmonumenten steeds meer bossen en vennen aankopen. Maar unanieme waardering voor al hun werken kwam er niet in Oisterwijk. De gebieden waren vaak alleen toegankelijk voor leden, vissen en zwemmen bleven ook een heikel onderwerp. Maar in de jaren dertig begon een steeds grotere groep mensen zich meer en meer te ergeren aan de nieuwe ontwikkelingen in de maatschappij. Communisme, zedenverwildering, modernisering van de maatschappij moest geremd worden en de democratie was [mede] schuldig. Wouter Lutkie vond medestanders in Oisterwijk, in 1937 haalde het fascistische Zwart Front 21,4% tijdens de kamerverkiezingen. Men kwam op voor de kleine man, middenstand en de boeren. Men was dus bijvoorbeeld ook niet te spreken over de ruilverkaveling van het Moergestels Broek. Deze was door de NCB aangevraagd en in 1930 begonnen. Maar het gebeurde niet op Brabantse wijze [kleinschalig] maar op grote schaal door de ‘protestantse’ Heidemij. De Vereniging van Natuurmonumenten had bezwaar omdat het stroomafwaarts zeer nadelige invloed voor de Oisterwijkse vennen zou hebben. Al met al is de zeldzame natuur zoals die door de Vereniging van Natuurmonumenten in Oisterwijk gevonden was, ondertussen helemaal verdwenen. Wel heeft Natuurmonumenten met overheden veel ‘nieuwe’ natuur kunnen ontwikkelen in bijvoorbeeld ‘Het Moergestels Broek’. De Voorste Stroom, tussen Tilburg en Oisterwijk is nu onderdeel in het gebied dat door stichting “De Duurzaamheidsvallei” verder ontwikkeld word.